Het kabinet komt voorlopig niet met nieuwe wetgeving om camerabrillen te verbieden. Staatssecretaris Aerdts voor Digitale Economie wil eerst de uitkomst afwachten van een kort geding dat verschillende organisaties tegen Meta hebben aangekondigd, evenals nadere richtsnoeren van de Europese privacytoezichthouders. Daarmee kiest het kabinet vooralsnog voor een afwachtende lijn in een debat dat draait om privacy, toezicht en de vraag hoe zichtbaar opnameapparatuur in het dagelijks leven moet zijn.
Bevestigd nieuws: geen nieuw verbod op dit moment
Aerdts reageerde op vragen van PRO, dat het kabinet had gevraagd welke mogelijkheden er zijn om het dragen en verkopen van camerabrillen strenger te verbieden. Ook wilde de partij weten of het maken van camerabeelden met dergelijke brillen verder kan worden ingeperkt. PRO pleitte daarbij voor bespreking met andere Europese lidstaten en voor een breed Europees verbod.
Volgens de staatssecretaris zijn er op dit moment geen plannen om camerabrillen via nieuwe nationale wetgeving te verbieden. Het kabinet wil eerst vaststellen of bestaande regels tekortschieten voordat een nieuw wetgevingstraject wordt gestart. Daarbij kijkt het kabinet nadrukkelijk naar twee ontwikkelingen: de rechtszaak tegen Meta en de aangekondigde Europese richtsnoeren.
Vorige maand maakten de Consumentenbond en de stichtingen Offlimits en The Firewall bekend dat zij een kort geding tegen Meta starten. Zij willen dat het Amerikaanse techbedrijf stopt met de verkoop van de camerabril in Nederland. Daarnaast eisen zij aanpassingen aan al verkochte brillen, zodat opnames alleen nog kunnen plaatsvinden na uitdrukkelijke toestemming.
Rol van Autoriteit Persoonsgegevens en Europese toezichthouders
De Autoriteit Persoonsgegevens heeft volgens Aerdts niet opgeroepen tot nieuwe wettelijke verbodsbepalingen. De toezichthouder gaf wel handvatten om ongewenst gebruik van camerabrillen tegen te gaan. De staatssecretaris wijst erop dat ongewenst gebruik niet alleen onder het gegevensbeschermingsrecht problematisch kan zijn, maar dat bepaald gebruik ook onder het strafrecht verboden kan zijn.
Ook op Europees niveau wordt naar camerabrillen gekeken. De Europese privacytoezichthouders, verenigd in de EDPB, kwamen onlangs met een verklaring over dit type apparaten. Daarin staat onder meer dat camerabrillen duidelijk moeten aangeven wanneer zij filmen. De toezichthouders benadrukten daarnaast dat niet alleen de AVG relevant is. Afhankelijk van de situatie kunnen ook strafrecht, burgerlijk recht en arbeidsrecht grenzen stellen aan het gebruik van slimme brillen.
De EDPB komt later nog met nadere richtsnoeren over het gebruik van camerabrillen. Het kabinet zegt die richtsnoeren, net als de uitkomst van het kort geding, met belangstelling af te wachten.
Analyse: waarom camerabrillen tot zorgen leiden
Camerabrillen maken opnameapparatuur minder zichtbaar dan een telefoon of reguliere camera. Daardoor kan voor omstanders onduidelijk zijn of zij worden gefilmd, wie de beelden verwerkt en waar die beelden uiteindelijk terechtkomen. Dat raakt direct aan de kern van privacywetgeving: betrokkenen moeten in veel gevallen weten dat hun persoonsgegevens worden verwerkt en welke rechten zij daarbij hebben.
Voor organisaties is de discussie relevant omdat camerabrillen niet alleen in de openbare ruimte kunnen worden gebruikt, maar ook op werkplekken, in winkels, scholen, zorginstellingen of andere omgevingen waar mensen niet verwachten continu te kunnen worden opgenomen. Werkgevers, beheerders en dienstverleners kunnen daardoor te maken krijgen met vragen over huisregels, arbeidsrechtelijke grenzen, beveiligingsbeleid en naleving van de AVG.
Voor particulieren ligt het spanningsveld bij dagelijks gebruik. Een bril met camera kan laagdrempelig beelden vastleggen van gesprekken, gezichten en privéomgevingen. Als niet duidelijk zichtbaar is wanneer wordt gefilmd, wordt toestemming of bezwaar in de praktijk moeilijker. De EDPB legt daarom nadruk op duidelijke signalering tijdens het filmen.
Politieke keuze: eerst toetsen, dan eventueel ingrijpen
De lijn van het kabinet is daarmee niet dat camerabrillen zonder risico zijn, maar dat bestaande wetgeving eerst moet worden getoetst. Pas als blijkt dat de huidige regels onvoldoende bescherming bieden, wil het kabinet nieuwe wetgeving overwegen. De komende stappen liggen daardoor vooral bij de rechter en bij de Europese toezichthouders.
Die aanpak kan tot meer juridische duidelijkheid leiden, maar betekent ook dat er op korte termijn geen nieuw Nederlands verbod komt. Totdat het kort geding en de EDPB-richtsnoeren meer duidelijkheid geven, blijft de regulering van camerabrillen vooral afhankelijk van bestaande privacy-, straf-, civiel- en arbeidsrechtelijke kaders.
Bron: security.nl




