Het gerechtshof Den Haag heeft de Nederlandse Staat gevraagd nader te onderbouwen waarom de privacyinbreuk door automatische kentekenherkenning noodzakelijk is in een democratische samenleving. De uitspraak komt in een zaak die Privacy First tegen de Staat voert.
Onder de Nederlandse ANPR-regels worden kentekens en locatiegegevens van voertuigen gedurende vier weken centraal opgeslagen. De gegevens kunnen worden gebruikt voor opsporing en vervolging, ook wanneer de bestuurder niet wordt verdacht van een strafbaar feit.
Nadere informatie gevraagd
Het hof wil van de Staat weten hoe vaak opgeslagen kentekengegevens daadwerkelijk een belangrijke rol spelen bij de opsporing van strafbare feiten. Ook moet worden uitgelegd waarom een bewaartermijn van vier weken noodzakelijk is.
Het hof heeft daarnaast al opmerkingen gemaakt over onafhankelijk toezicht bij de keuze van cameralocaties en over de toegang tot opgeslagen gegevens. Volgens het tussenarrest voldoen de huidige regeling en uitvoering op deze punten niet aan de vereiste privacybescherming.
Vervolg van de procedure
De Staat heeft twee weken gekregen om aanvullende informatie te verstrekken. De zaak wordt daarna verder behandeld. Het tussenarrest is daarmee geen definitieve uitspraak over de volledige rechtmatigheid van de regeling.
Digitale privacy
ANPR laat zien dat moderne opsporingstechnieken grote hoeveelheden gegevens kunnen verzamelen zonder dat alle betrokken personen onderwerp zijn van een onderzoek. Daardoor spelen naast beveiliging ook proportionaliteit, bewaartermijnen en onafhankelijke controle een belangrijke rol.
Bron: Security.NL — 29 september 2026.




